
Er wordt van opwaartse stempels gesproken omdat tijdens/na het graveren (frezen) het beeld opwaarts op het materiaal blijft staan. Het overtollige materiaal wordt dus rondom het beeld weg gegraveerd.
Het beeld heeft na het graveren een door de klant opgegeven maatvoering en bij opwaartse stempels is dit altijd aan het oppervlak van het materiaal.
Het kan voorkomen dat een gebogen oppervlak bedrukt moet worden. In dat geval moet het stempel een gebogen oppervlak hebben dat precies aansluit op het te bedrukken oppervlak. Vaak zijn dit soort opwaartse stempels niet groot, echter wel (veel) duurder dan vlakke stempels. Dit heeft te maken met het feit dat het oppervlak precies in de juiste vorm gemaakt moet worden en dat het graveren van het beeld in de juiste maatvoering veel lastiger is.
Afhankelijk van het type opwaartse stempels worden deze voornamelijk uit messing en staal vervaardigd. Stalen stempels hebben een langere levensduur, maar staal is (veel) moeilijker te bewerken dan messing, waardoor stalen opwaartse stempels duurder zijn dan messing stempels.
Opwaartse stempels komen in vele soorten en maten voor. Bij de hele grote/kleine maten is het goed
extra aandacht te schenken of het e.e.a. met de beschikbare technieken goed te vervaardigen is.
De prijzen van opwaartse zijn o.a. afhankelijk van het type stempel, de grote en complexiteit van de afbeelding, het soort materiaal en de aard van het oppervlak.
Onderstaand worden diverse opwaartse stempels kort besproken.
Een foliestempel wordt bijna altijd uit messing materiaal gemaakt en wordt gebruikt voor foliedruk. Bij foliedruk wordt het stempel in een machine op een elektrisch verwarmingselement gemonteerd (met lijm, boutje, klemmen, etc.) en verhit tot temperaturen van ca. 80 – 140 graden Celcius. Tussen het stempel en het te bedrukken object (papier, hout, kunststof etc.) ligt de folie en door een kortstondig contact van het stempel met de folie, wordt de folie op het object gedrukt.
Omdat bij foliedruk het messing stempel wordt verhit, zal het stempel uitzetten. In het geval de foliedruk moet sluiten op bijvoorbeeld een kleuren bedrukking, moet het stempel i.v.m. het uitzetten vooraf procentueel worden verkleind.
Folieblokjes zijn eigenlijk (hele) kleine foliestempels en hebben soms verschillende vormen omdat ze in verschillende machines worden toegepast. Vorm en afmetingen worden door de klant opgegeven.
De prijs wordt o.a. bepaald door het aantal, soort materiaal, de vorm van het blokje, het aantal karakters per blokjes en het type karakter.
Een enkele keer worden stalen folieblokjes uit hardbaar staal gemaakt en gehard om een langere levenduur te verkrijgen.
Een bandstempels is geheel identiek aan een foliestempel. Het wordt een bandstempel genoemd omdat het stempel wordt gebruikt voor het foliedrukken van boekbanden (harde kaften van boeken). Een bandstempel wordt bijna nooit gecorrigeerd voor de uitzetting door de temperatuurstijging omdat het in veel gevallen niet hoeft te sluiten op bijvoorbeeld een kleurendruk.
Een opwaartse preegstempel wordt gebruikt op kamertemperatuur en is voor wat betreft de uitvoering vrijwel identiek aan een foliestempel. Dit type stempels wordt gebruikt voor het indrukken of pletten van het materiaal waardoor een verdiept liggend beeld ontstaat. Een voorbeeld is het plat drukken van golfkarton. Afhankelijk van het soort materiaal en preegdiepte, kan de graveerdiepte worden aangepast.
Kiststempel (vlak)
Een vlakke kiststempel wordt, na montage in de drukmachine, gebruikt voor het met inkt bedrukken van houten plankjes bij kamertemperatuur. Met de bedrukte plankjes worden kistjes gemaakt, bijvoorbeeld sigarenkistjes, wijnkistjes etc.. Vlakke kiststempel worden bijna altijd uit messing vervaardigd, maar voor een langere levensduur komt staal ook voor.
Kiststempel (rotatie)
Een rotatie kiststempel heeft dezelfde funktie als een vlak kiststempel, echter het stempel is nu niet vlak maar gebogen. Het stempel wordt vlak gegraveerd en naderhand op een triowals in de juiste diameter gebogen. Het stempel kan door de klant worden gemonteerd op een stalen trommel van de drukmachine. In sommige gevallen wordt het rotatiestempel op een (door P&D) gebogen aluminium onderschaal gemonteerd die de klant weer op de trommel van de drukmachine bevestigd. Er zijn klanten die de stempels op een speciale wijze monteren op de trommel, hiervoor moet aan het stempel dan een facet worden aangefreesd voordat het gebogen wordt.
Om aan te geven in welke richting het stempel moet worden gebogen, wordt gesproken van buigen “In de leesrichting“ of “Niet in de leesrichting”. Als de afbeelding tekst bevat is dit een eenduidige manier om aan te geven wat de buigrichting is, anders moet worden overlegd met de klant.
Door het buigen van het stempel na het graveren, rekt de afbeelding uit. Daarom moet de afbeelding in de richting van het buigen vooraf worden ingekrompen. De waarde van de krimpfactor is afhankelijk van de buigdiameter en wordt berekend door de graveur.
Het voordeel van rotatiedruk is dat het veel sneller gaat dan het vlak bedrukken van objecten en is daardoor ook geschikt voor grotere oplagen.
Rotatie kiststempels worden bijna altijd uit messing vervaardigd en zelden in staal. Staal is niet alleen lastiger te graveren, ook het buigen gaat veel moeilijker.
Met een brandstempel wordt door middel van verhitting de afdruk in het object gebrand. In heel veel gevallen wordt hout op deze wijze voorzien van een afdruk, maar het bedrukken van leer, kunststof en rubber is ook mogelijk. De temperatuur van het stempel moet voor het bedrukken van ongelakt hout ongeveer 450 graden Celcius bedragen. Het branden van gelakt hout geeft geen goede resultaten omdat de lak verbrandt.
Bij kunststoffen is de benodigde temperatuur veel lager omdat kunststof slechts verhit hoeft te worden boven het verwekingspunt. De hoogte van de temperatuur is o.a. afhankelijk van de soort kunststof.
Bij het branden/insmelten van rubber en kunststoffen kunnen stoffen vrijkomen die de gravure op de stempel aantasten.
Er zijn vier verschillende catagoriëen brandstempels.
Deze brandstempels zijn bijna altijd vlak en worden gemonteerd op (elektrische) verwarmingselementen die een onderdeel zijn in (grote) drukmachines. De stempels zijn als het ware het gereedschap voor de machine om afdrukken te kunnen maken op het te bedrukken materiaal. Dit soort stempels wordt veel in palletindustrie gebruikt om pallets te brandmerken.
Afhankelijk van het type machine kunnen de stempels op verschillende manieren worden gemonteerd. Dit kan door middel van een boutverbinding, maar ook door middel van zogenoemde zwaluwstaart profielen. Met deze laatste methode kunnen de stempels eenvoudig en snel worden verwisseld omdat deze gemakkelijk in en uit de houder kunnen worden geschoven en vergrendeld. Omdat de zwaluwstaart in de stempelplaat moet worden gefreesd, is dit duurder dan wanneer er allen boorgaten moeten worden aangebracht.
Machinestempels gaan niet of nauwelijks defect en hebben een lange levensduur. Wel slijten de platen door het continu verhitten en contact met het te bedrukken oppervlak. Schade aan het stempel ontstaat vaak door een hard stuk materiaal wat in de machine rond “zwerft” en wanneer dit op een gegeven ogenblik tussen het stempel en het oppervlak terechtkomt. Machine brandstempels worden bijna altijd uit staal vervaardigd in verband met de levensduur.
Dit zijn complete apparaten die met een stekker op het lichtnet (220(V)) worden aangesloten en uit twee delen bestaan. Omdat de afmetingen van afbeeldingen verschillend kunnen zijn, zijn er diverse typen apparaten. Er zijn kleine apparaten (vermogens) die bestaan uit:
Of grote apparaten (vermogens) die bestaan uit:
Naast deze twee uitvoeringen zijn er nog een aantal speciale uitvoeringen die niet verder worden besproken.
De apparaten onderscheiden zich niet alleen in groot en klein, maar ook onderling door een verschillend elektrisch vermogen. Bij de kleine apparaten loopt het vermogen van 125 (W) tot en met 600 (W) en bij grote apparaten van 450 tot en met 1900 (W).
Een klein apparaat kan worden uitgevoerd met verschillende typen T-stukken. Het 125 (W) apparaat heeft een T-stuk van 30 x 16 (mm) en het 600 (W) apparaat een T-stuk van 120 x 60 (mm). Er zijn ook apparaten waarin twee typen T-stukken kunnen worden gemonteerd. In het 300 (W) apparaat kan een T-stuk van 70 x 35 (mm) of een T-stuk van 45 x 40 (mm) worden gemonteerd.
De T-stukken zijn slechts geschikt voor het bijbehorende apparaat en kunnen niet worden uitgewisseld met een andere apparaten.
Bij de grote apparaten heeft elk apparaat zijn eigen brandplaat in één vaste afmeting die niet kan worden uitgewisseld met andere grote apparaten. Het 450 (W) apparaat heeft een brandplaat met een afmeting van 100 x 50 (mm) en het grootste apparaat met een vermogen van 1900 (W) heeft de brandplaat met een afmeting van 300 x 100 (mm).
Bij zowel de kleine als grote apparaten is het mogelijk om een aparte (messing) plaat met een gegraveerde afbeelding door middel van een bout of zwaluwstaartverbinding op het T-stuk/brandplaat te monteren. Op deze wijze kunnen klanten met één compleet brandstempel diverse afbeeldingen afdrukken. Er moet wel rekening worden gehouden met het feit dat de warmte overdracht tussen het T-stuk/brandplaat en de gemonteerde plaat minder goed is, dan wannneer de afbeelding rechtstreeks op het T-stuk/brandplaat is gegraveerd.
Door de verschillende apparaten is het mogelijk om bij de grootte van de afbeelding het juiste apparaat te kiezen. Grotere afbeeldingen vragen meer vermogen (warmte) om in te kunnen branden, daarom hebben deze apparaten ook een hoger vermogen.
Het is wel mogelijk om een kleinere afbeelding op een apparaat met meer vermogen en groter T-stuk/brandplaat te graveren. Hiermee is het mogelijk om sneller achter elkaar afdrukken te maken. Wanneer dat niet gebeurt, gaat het apparaat sneller kapot omdat de verwarmingselementen te heet worden en dan doorbranden.
Als de grootte van de afbeelding wel overeenstemt met het apparaat kunnen de verwarmingselementen toch doorbranden als men het apparaat te lang ongebruikt laat liggen. Hierdoor kan het zijn warmte niet kwijt.
Ook een niet goed gemonteerde plaat op een T-stuk kan leiden tot het doorbranden van verwarmingselementen.
Tot slot moet bij het gebruik van een elektrisch brandstempel voor het branden in kunststof/rubber een spanningsregelaar worden meegeleverd. Hiermee kan de temperatuur van het stempel worden geregeld en wordt voorkomen dat het kunststof gaat verbranden (in plaats van smelten)
De prijs van een elektrisch brandstempel hangt af van het type apparaat en de afbeelding (gravure).
Er is in principe maar één soort gasbranderstempel beschikbaar die kan worden aangesloten op een (propaan) gasfles en bestaat uit:
Met de twee pennen wordt de brandplaat aan de gasbrander gemonteerd. De vlam verhit de achterzijde van het stempel, waardoor de afdrukken kunnen worden aangebracht.
De brandplaat met windkap heeft de maximale afmetingen van 130 x 60 (mm), waardoor de afbeelding niet groter kan zijn. Brandplaten zonder windkap kunnen wel iets groter, echter ook niet te groot omdat anders de randen niet genoeg worden verhit en het stempel niet goed afdrukt.
Een gasbranderstempel is mobieler dan een elektrisch brandstempel (geen snoer) en wordt heter.
Omdat een gasbrander een relatief eenvoudig apparaat is, gaat het ook niet snel kapot. Wel kunnen er storingen optreden als er geen goed reduceerventiel wordt toegepast. De stalen brandplaten kunnen versneld slijten wanneer de brander het stempel blijft verhitten en er niet wordt gestempeld. Het staal wordt zo heet dat het uiteindelijk verbrandt.
Handbrandstempel
Een handbrandstempel is een brandstempel in zijn oervorm. Het bestaat uit een messing voet met de afbeelding, een stalen steel met houten handvat. De voet met de afbeelding moet in open vuur worden gelegd en als deze (naar het gevoel) heet genoeg is, kan deze worden gebruikt. Handbrandstempels kunnen worden toegepast wanneer er bijvoorbeeld kleine oplages of weinig frequent gestempeld moet worden.
Dit soort stempels hebben een lange levensduur en gezien hun eenvoud is er weinig kans op defecten
Net als folieblokjes zijn dit type blokjes kleine brandstempels die worden toegepast in machines of worden geplaatst in andere brandplaten. Er zijn blokjes in allerlei verschillende vormen, maar de meest voorkomende is het blokje met een zwaluwstaartprofiel.
Wanneer een brandplaat een zwaluwstaartsleuf heeft, kunnen de blokjes met een passend profiel in de sleuf worden geschoven. Door middel van o.a.een vastzetblokje (met koploos inbusboutje), dat ook in de sleuf past, kan worden voorkomen dat de geplaatste blokjes uit de sleuf vallen.
Handslagstempels worden toegepast om voornamelijk in metalen afdrukken te plaatsen, maar ook leer of andere materialen zijn mogelijk. Een handslagstempel wordt aan één zijde voorzien van een afbeelding. Door het handslagstempel met de ene hand op het te stempelen object te plaatsen en met de ander hand met een hamer een klap op de achterzijde te slaan ontstaat de afdruk.
Handslagstempels worden altijd uit een hardbaar staal gemaakt om te voorkomen dat zij snel plat geslagen worden wanneer er in een metaal geslagen wordt. Het stempel moet altijd harder zijn dan het materiaal waarin de afbeelding moet worden geslagen.
Voor de sterkte en levensduur kan worden gekozen uit verschillende typen staal. Bij P&D wordt hoofdzakelijk gereedschapstaal gebruikt en voor de zwaarder belaste stempels Sverker.
Handslagstempels worden het meest vervaardigd uit vierkant stafmateriaal met afmetingen van 10 x 10 (mm), 15 x 15 (mm), 20 x 20 (mm), 25 x 25 (mm). Echter rond of rechthoekig materiaal is ook mogelijk. Een en ander is afhankelijk van de klant en de afbeelding. Zonder een echte reden hebben handslagstempels bijna altijd een lengte van ca. 100 (mm) of een andere lengte als de klant dat wenst.
Wanneer de afbeeldingen groter dan 25 (mm) worden kan het handslagstempel uit twee delen bestaan, namelijk een geharde stalen voet met afbeelding en een ongeharde steel.
Handslagstempels kunnen niet in een onbeperkte grote afbeelding worden gemaakt. Ten eerste zijn ze dan niet goed meer te hanteren en ten tweede krijgt men bij grotere afbeeldingen geen gelijkmatige afdruk. De afdruk wordt ongelijkmatig omdat door het scheef slaan met de hamer een zijde van de afbeelding dieper in het materiaal wordt gedrukt dan de andere zijde. Als richtlijn wordt voor een handslagstempel een maximale afmeting van ca. 30 – 35 (mm) aangehouden.
Afhankelijk van de toepassing kan de afbeelding (gravure) op vier verschillende manieren worden gegraveerd:
De Mini stress uitvoering is de meest kostbare uitvoering en niet altijd even geschikt voor elke afbeelding, de andere drie zijn voor wat de bewerkelijkheid en daarmee de prijs vrijwel gelijk.
Er moet rekening worden gehouden met de uitvoering van de afbeelding voor het vervaardigen van een handslagstempel. Wanneer deze scherp, in low of mini stress moet worden uitgevoerd, kan afhankelijk van de grootte en het soort afbeelding deze in hartlijn of in contour worden gemaakt.
Bijvoorbeeld een kleine letter kan alleen in hartlijn worden gemaakt en een grote letter in contour.
Tot slot kan opgemerkt worden dat slagstempels een lange levensduur hebben, maar ook dit produkt kan stuk gaan. Door het harden kunnen er niet zichtbare scheuren in het materiaal ontstaan waardoor tijdens het gebruik de afbeelding kapot gaat of zelfs een stuk van het stempel afbreekt. Heel hard slaan of onjuist gebruik leidt ook tot beschadiging.
Inpersstempels zijn voor wat betreft de uitvoering gelijk aan handslagstempels, alleen worden deze stempels in een machine geplaatst die ervoor zorgt dat de afbeelding in het object wordt geperst. Er wordt dus niet geslagen met een hamer. Hierdoor en door de stabiliteit van de machine kunnen de afbeeldingen ook groter zijn dan bij een handslagstempel. De maximale grote van een inpersstempel wordt bepaald door inperskracht van de machine en het in te persen materiaal. Echter de afmetingen zijn niet onbeperkt, o.a. door kosten, kwetsbaarheid en beperking aan de afmetingen stempels die gehard kunnen worden (vlak blijven). Een inpersstempel van ca. 150 x 100 (mm) is al bijzonder groot.
De vorm en wijze van montage van het inpersstempel wordt bepaald door het type machine en is, naast de afbeelding van invloed op de prijs.
Inpersstempels kunnen een lange levenduur hebben, echter door vuil in de machine, niet goed inspannen of ander oneigenlijk gebruik kan onherstelbare schade ontstaan. Meestal gaat de gegraveerde afbeelding kapot.
Bij een snijstempel bestaat de afbeelding altijd uit en messcherpe contourlijn, die de snijlijn wordt genoemd. Hierdoor kan materiaal echt worden gesneden. De toepassing van snijstempel bestaat uit het snijden van een afbeelding (zachte) materialen als bijvoorbeeld papier, karton, plastics, rubber, ect..
Het stempel wordt vervaardigd uit hardbaar staal, net als bij inpersstempels. Omdat de snijlijn erg fijn is wordt door het harden van het stempel voorkomen dat de snijlijn snel bot wordt en/of beschadigd wordt. Door de dunne snijlijn is de hardheid van een snijstempel iets minder dan van een handslag- of inperstempel waardoor het stempel iets taaier blijft. Hierdoor breekt de snijlijn minder snel.
Behoudens de kosten, worden de maximale afmetingen van een snijstempel bepaald door het harden. Een snijstempel moet zeer vlak zijn, anders wordt het materaal niet gelijkmatig over het oppervlak gesneden. Een snijstempel van 200 x 140 (mm) is al bijzonder groot. Als het mogelijk is, worden grote snijstempels in delen gemaakt en/of worden de delen op een vlakke ondergrond gemonteerd.
Snijstempels zijn kostbare, kwetsbare stempels. Wanneer een klant geen ervaring heeft met dergelijke stempels, is de kans dat deze niet goed worden toegepast, en daardoor zeer snel kapot gaan, erg groot. De voornaamste oorzaken zijn het gebruik van het stempel op een verkeerde machine, een te harde ondergrond en het ophopen van papier in een contour. Hierdoor kan de snijlijn worden platgedrukt en/of breken.
Men spreekt van inwaartse stempels omdat tijdens graveren (frezen) het beeld inwaarts in het materiaal wordt weggefreesd. Het materiaal wordt dus uit het beeld weggegraveerd (gefreesd).
Het beeld heeft na het graveren een door de klant opgegeven maatvoering en bij inwaartse stempels is dit (net als bij opwaartse stempels) vaak aan het oppervlak van het materiaal. Echter bij inwaartse stempels kan ook een andere maatvoering voor het beeld worden aangehouden.
Gebogen inwaartse stempels komen niet of nauwelijks voor.
Inwaartse stempels worden voornamelijk uit messing vervaardigd. Stalen komen zelden voor maar hebben wel een langere levensduur. Omdat staal (veel) moeilijker te bewerken is dan messing, zijn stalen inwaartse stempels duurder zijn dan messing stempels.
Het verschil met opwaartse stempels is dat bij inwaartse stempels het beeld op verschillende manieren in het materiaal kan worden weggefreesd, er zijn talloze uitvoeringen. Hieronder staan de meest voorkomende:
Het aantal verschillende typen inwaartse stempels is minder dan bij opwaartse stempels. De prijzen van inwaartse stempels zijn o.a. afhankelijk van het type stempel, de grote en complexiteit van de afbeelding, het soort materiaal.
Bij inwaartse stempels moet rekening worden gehouden met de afbeelding die gegraveerd moet worden. Wanneer een afbeelding kleine letters en/of fijne partijen heeft, kunnen deze misschien niet worden gegraveerd. Ook is het mogelijk dat ze wel gegraveerd kunnen worden, maar dat met het stempel geen (goede) afdruk kan worden gemaakt.
Onderstaand worden diverse inwaartse stempels kort besproken.
Een lakstempel is misschien wel het oudste type stempel dat bestaat en werd al door de Romeinen gebruikt in de vorm van een zegelring die in wax werd gedrukt. Een lakstempel bestaat uit een knop en een messing voet, waarin de gravure is gegraveerd. De voet is meestal rond maar kan ook een vierkante, rechthoekige of andere speciale vorm hebben.
Voor het gebruik van een lakstempel is zegellak nodig die moet worden verhit en daardoor in vloeibare vorm op het materiaal terechtkomt. De hoeveelheid lak die op het materiaal moet worden aangebracht is afhankelijk van de grootte van de voet van het lakstempel. Als er voldoende lak op het materiaal ligt, wordt het lakstempel met de voet zacht in de lak gedrukt, de vloeibare lak perst uit in de inwaartse gravure en koelt door de messing voet af. Na korte tijd is de lak voldoende hard en kan het stempel worden weggenomen.
Omdat zegellak erg bros is en dus snel breekt moet er rekening mee worden gehouden dat een zegelafdruk niet voor alle toepassingen geschikt is. Wanneer bijvoorbeeld een trouwkaart/envelop wordt voorzien van een afdruk met zegellak kan deze niet zonder bescherming met de post worden verstuurd. De afdruk gaat zeker kapot.
Dit type stempel wordt gebruikt voor het slaan van munten, medailles of andere soortgelijke produkten (manchetknopen) en ze worden gemonteerd in grote persen die met veel kracht (geweld) een afdruk slaan in een metaal. Vaak wordt tegelijk het produkt waarop de gravure staat in de vorm gebracht (bijvoorbeeld een munt). Deze stempels worden uit hardbaar staal vervaardigd, zijn kostbaar en worden niet veel meer verkocht.
Meestal levert de klant het stempel aan omdat dit een onderdeel is dat in de pers moet passen en wordt alleen de gravure hierin aangebracht.
Met een preegstempel kan een onuitwisbaar reliëf in papier, karton of kunststof worden aangebracht. In bijna alle gevallen wordt het materiaal omhoog gepreegd en bepaalt het inwaartse stempel het beeld.
Preegstempels worden veel vervaardigd uit messing plaatmateriaal en gebruikt op drukmachines.
Bij preegstempels moet rekening worden gehouden met de aard van de afbeelding en het materiaal dat moet worden gepreegd. Als de afbeelding of een gedeelte hiervan fijn van structuur is, kan deze misschien wel worden gegraveerd, maar kan het te pregen materiaal niet door het stempel(gravure) worden opgepreegd. Het materiaal is dan te dik en past simpelweg niet in de gravure.
Om met een preegstempel een afdruk te kunnen maken is een contra (stempel) nodig. Deze worden over het algemeen gemaakt van kunststof en bij sommige typen inwaartse stempels van messing of staal.
Tot slot wordt gemeld dat voor het benoemen van preegstempels ook wordt gesproken over blinddrukstempels. Deze twee benamingen worden door elkaar gebruikt zonder dat men zich bewust is van het verschil. Wanneer men spreekt over een blinddrukstempel, dan wordt een preegstempel bedoeld dat niet hoeft te sluiten op bijvoorbeeld een kleuren druk. Er wordt dan blind gedrukt.
Staaldruk is een traditionele en sjieke vorm van drukwerk waarvoor een staaldrukstempel en een contra vorm nodig is. Het is een drukmethode waarbij het stempel wordt beinkt en het oppervlak vervolgens wordt schoon geveegd met een stalen rakel. De inkt blijft achter in de gravure en tijdens het sluiten van de pers op het papier gedrukt. Ook wordt het papier door de contra direct in het stempel geperst en omhoog gepreegd.
Staaldrukstempels worden gemaakt van een hardbaar staal en na het graveren gehard om de levensduur van de stempel te verlengen (e.e.a. in verband met de stalen rakel waarmee het stempel wordt schoon geveegd).
Het maken van staaldrukstempels is een lastig karwei omdat o.a. de uitvoering van de gravure niet eenduidig is in verband met de verschillende soorten/kleuren inkten die worden gebruikt. Tevens moet het oppervlak van het stempel zeer glad zijn en mag het geen onregelmatigheden bevatten, anders blijft ook hierin inkt achter en wordt dat ook op het papier gedrukt.
Bepaalde stempels kunnen niet specifiek worden ingedeeld in inwaartse of opwaartse stempels, omdat zij een combinatie van in-/opwaarts zijn of omdat de stempels geheel conform de specificatie van de klant worden vervaardigd. Daarom worden de regelmatig voorkomende typen kort besproken, namelijk:
Een blikstempel wordt toegepast om reliëf aan te brengen in metalen plaatmateriaal (bijvoorbeeld blik) of onderdelen die uit metalen plaatmaterialen zijn gemaakt (bijvoorbeeld deksel van een verfbus). Een blikstempel is dus eigenlijk een preegstempel met een contra. Ook bij een blikstempel moet rekening worden gehouden met de fijnheid van de afbeelding. Ook al is het mogelijk om de afbeelding te graveren, dat is nog geen garantie dat deze ook een reliëf kan aanbrengen in het materiaal. De afbeeldingen van blikstempels kunnen in één niveau, meerdere niveaus of zelfs 3D worden gegraveerd, waarbij een 3D gravure bijzonder kostbaar is. Meestal zijn de afbeeldingen op één niveau gegraveerd.
Blikstempel worden bijna altijd vervaadigd uit staal en worden gemonteerd in grote machinepersen die met veel kracht de afdruk in het materiaal persen. Omdat de stempels vaak in machines worden gemonteerd levert de klant vaak het materiaal/onderdelen aan en wordt hierin alleen de gravure gegraveerd.
Blikstempels hebben over het algemeen een lange levensduur en gaan vaak kapot door verkeerd gebruik of zwerfvuil in de machine.
Zoals de naam al zegt is een foliepreegstempel een combinatie van een folie- en preegstempel in één stempel. Bijna altijd wordt als eerste het preeggedeelte gegraveerd en wanneer dit gereed is, wordt het materiaal, net als bij een foliestempel, rondom het beeld weggefreesd. Op deze wijze wordt een stempel verkregen waarmee in één keer een foliedruk kan worden opgepreegd. Drukkerijen willen deze stempels nog wel eens bestellen omdat zij bij grote oplagen in één drukgang kunnen foliedrukken en pregen. Dit spaart tijd en stelkosten.
Ook voor een foliepreegstempel is natuurlijk een contra nodig. Deze kan bij P&D alleen gemaakt worden als het materiaal nog NIET om het beeld is weggefreesd. In sommige gevallen wordt een apart stempel gemaakt om de contra’s te vervaardigen.
Schijfslag stempel/Codeerwielen
Een schijfslagstempel is een gehard stalen ronde schijf met een bepaalde diameter en over een hoek van ca. 160 (graden) voorzien van een gravure. Op de tegenovergestelde 160 (graden) is voor elke gravure een vlakje aangebracht. Wanneer dit vlak omhoog wordt gehouden, staat loodrecht onder het vlakje de gravure die moet worden afgeslagen. Door met een hamer op het vlak je te slaan wordt de afdruk in het materiaal gemaakt. In feite is een schijfslagstempel een verzameling van meerdere handslagstempels in één stempel en deze wordt dan ook vaak gebruikt door mensen die op locatie moeten stempelen. Losse slagstempels prettiger in gebruik en goedkoper dan een schijfslagstempel.
De diameter van de schijf en de hoogte van de karakters (letters/cijfers) bepalen hoeveel karakters er op de schijf gegraveerd kunnen worden.
Een codeerwiel is vergelijkbaar met een schijfslagstempel, maar wordt vaak met meerdere codeerwielen naast elkaar op een as van een machine geplaatst. Op deze wijze kunnen materialen machinaal worden ingeperst met een code en kan de code snel worden veranderd. De uitvoering van het codeerwiel wordt bijna altijd opgegeven door de klant.
De gravures van een schijfslagstempel/codeerwiel kunnen op dezelfde wijze worden uitgevoerd als bij handslag-/inpersstempels, dus een gravure met een vlakke top, een scherp top, low-stress en mini-stress.
Om het vloeipapier van sigaretten te kunnen bedrukken wordt gebruik gemaakt van sigarettenstempels. Dit zijn ronde gehard stalen stempels met twee of vier opwaarts gegraveerde afbeeldingen die in een speciale machine worden gemonteerd. Er zijn slechts enkele typen machines in omloop, namelijk de Mark 8 (MK8), Mark 9 (MK9) en de Protos 8000/9000. Hierdoor is het aantal verschillende stempels ook beperkt en is er voor elk type machine één uitvoering voor het stempel.
Omdat sigaretten in verschillende lengtes worden geproduceerd, kunnen de stempels van een type machine verschillende diameters hebben. Een belangrijk gegeven voor de bepaling van de diameter van het stempel is de tabacco rodlength (in Nederlands: tabakskolom).
De diameter (D) van de stempels kan voor verschillende type machines als onderstaand worden berekend:
Het verschil tussen 2 en 4 komt doordat op de Mark 8 machine een stempel heeft met kleine diameter. Door de lengte van de tabakskolom kunnen op deze stempels maar 2 afbeeldingen worden gegraveerd en kan de machine in één omwenteling maar vloeipapier voor twee sigaretten bedrukken. Op de MK9 en Protos 8000/9000 kunnen door de grotere diamater van het stempel 4 afbeeldingen worden gegraveerd. Dus in één omwenteling worden er 4 afbeeldingen afgedrukt
Naast de tabakskolom spreekt men bij sigarettenstempels ook van de “kop/kop” afstand omdat de afbeeldingen bijna altijd met de bovenzijdes naar elkaar toegericht zijn. Deze afstand wordt gemeten tussen de beide bovenzijdes van de twee afbeeldingen. In een heel enkel geval staan de afbeeldingen met de onderzijdes naar elkaar.
De breedte van een afbeelding op een sigaret is bijna nooit breder dan 10 tot.11 (mm) omdat voor bredere afbeeldingen de diameter van de sigaret te klein.
Sigarettenstempels hebben bij goed gebruik een lange levensduur en gaan zelden kapot.